Als de Vogels (Arthur Japin) voor koor en orgel
In al mijn vroegere vocale werken maakte ik gebruik van gedichten die een bepaalde – vaak romantische - sfeer in zich hadden. Wisselende stemmingen gaven dan richting aan het componeerproces.
De laatste tijd echter ben ik van mening dat wanneer je probeert iets uit te drukken in muziek, je jezelf op glad ijs begeeft. Mijn werk “A Thin Place” voor koor – in de Keltische taal – uit 2002 is een eerste poging om een voor mij nieuwe richting in te slaan: een grotere aanwezigheid van tonaliteit met de polyfonie van de renaissance muziek als voedingsbodem. Japin’s gedicht bood mij de gelegenheid de volgende stap te zetten naar een grotere mate van abstractie.
Waarom was het dan dat ik van de zes gedichten die ik van Japin onder ogen kreeg, deze koos?
Ik kan niet zeggen dat Japin’s gedicht koudbloedig of uitdrukkingsloos is maar er heerst een bepaalde mate van afstandelijkheid die mij aangenaam aandeed. Het heeft een inhoud die door een ieder op zijn eigen manier kan worden geïnterpreteerd. Ideaal voor het soort muziek dat mij tegenwoordig voor ogen staat.
Uit Arthur Japin’s gedicht spreekt zijn overtuiging iets of iemand te kunnen herkennen zonder dat het er is; wat nog moet komen. Het kan een geliefde, een vriend of misschien zelfs een nog ongeborene zijn. Die overtuiging weerspiegelt zich in de muziek: dwingend, ja bijna als een ritueel.
In opdracht van VOCA Deventer in het kader van de Boekenweek 2006
Première: 19 maart, 2006 in de Grote of Lebuïnuskerk in Deventer.
uitgever: Donemus
tijdsduur: ca. 9' 30"